vrijdag 18 maart 2016

Bloemkool, origineele Van Veen’s

Bloemkool is een gezonde groente.Dat wist mijn opa ook al. Volgens de overlevering was hij de grootste bloemkoolteler van Nederland in de jaren twintig.

In mijn archief bevinden zich een paar artikelen over de populariteit van ‘Veentjes Bloemkoolzaad’.
Dit is een artikel uit de 'Groenten & Fruit', vermoed ik, waarin de H.H. Kweekers werden aangemoedigd om Veentjes Bloemkoolzaad te kopen. Mijn grootvader was inmiddels (1921) overleden en zijn weduwe heeft de tuinderij voortgezet met haar zoons.

Overgenomen uit 'De familie Van Veen door de eeuwen heen': Catalogus herfst 1927 van Maatschappij voor Zaadselectie en Zaadteelt Zwaan & Van der Molen. 

In de Herfstcatalogus in de herfst van 1927 werden de Van Veen’s zaden aangeprezen vanwege hun flinke sneeuwwitte koolen en het korte blad. Verder waren ze bestand tegen schift. Dan komen de bloempjes te vroeg uit het bloemscherm tevoorschijn. De kool wordt dan niet mooi compact.

Overgenomen uit 'De familie Van Veen door de eeuwen heen': Tuinderij 'het Paradijs', gezicht op de tuin met op de achtergrond kassen en het warmoezierhuis, alles gezien vanaf de Prinses Mariannelaan. In het veld met bloemkolen ziet met o.m. Arnoldus Johannes, Jacobus Johannes en Theodorus Wilhelmus van Veen. Opname jaren 1920.
Mijn vader (links) staat met zijn broers Koos en Theo in een bloemkoolveld op de tuin van zijn vader.

Mijn vader teelde ook bloemkool, naast andere groenten. Om de zo geroemde sneeuwwitte kleur te bewaren, moet het blad over de kool worden geknakt, zodat de zon de kool niet geel kan kleuren. Als kind kan ik me herinneren dat we regelmatig de paden in werden gejaagd om de bloemkolen te dekken. Aan het einde van het karwei had je geen rug meer over. Zoals met alle groenten: als je aan het einde van het veld was, kon je weer opnieuw beginnen, want dan waren andere kolen, die eerder niet zichtbaar waren, wel tevoorschijn gekomen. En dan begon het knakken van de bladeren over de die kolen weer.

Als ik een bloemkool koop, hoop ik altijd dat er nog een restant van het Veentjes-Bloemkoolzaad aanwezig is.

maandag 14 september 2015

De verloving van mijn ouders

In 1939 verloven mijn ouders zich.

Inwonen bij haar zwager Cornelis Moerman

Van het leven van Maria Wadding heb ik verder geen gegevens tot ze op haar 23e ingeschreven wordt op de gezinskaart van haar zwager Cornelis Moerman op de Bergweg in Hillegersberg.

vrijdag 11 september 2015

Maria van der Wadding

Geen foto heb ik, slechts wat gegevens. Het is de grootmoeder van mijn moeder.
Geboren 27 juni 1845 te Bleiswijk en overleden op 3 maart 1916 te Rotterdam.
Ze heeft vijf zonen gebaard, die slechts enkele maanden hebben geleefd. Alleen mijn opa, Johannis Kornelis Bos (Rotterdam, 13 juli 1890 - Dordrecht, 17 mei 1975) heeft de leeftijd van 84 jaar bereikt.

maandag 5 januari 2015

Opa en oma van Veen

Op 3 juni 1887 zijn Theodorus Coenradus van Veen en Anna Petronella van der Ham getrouwd.

Voorburg, 5 maart 1863 - Voorburg 29 maart 1928

Voorburg, 31 januari 1863 - Voorburg, 27 juni 1921

Uittreksel Huwelijksakte

zaterdag 20 december 2014

Francisca Petronella Wesbeek

Francisca Petronella Wesbeek
Mijn oma, Francisca Petronella Wesbeek, is geboren op 4 september 1891 te Schiedam. De foto is gemaakt bij Joan Zwaan te Schiedam.

Francisca Petronella Wesbeek

Achterop deze foto heeft mijn moeder geschreven 'Ciska Bos Wesbeek 12j'. Zou dit een foto zijn van haar eerste communie? Tot 1910 was het gebruikelijk dat jongens en meisjes op hun twaalfde hun Eerste Heilige Communie deden, nadat ze op school en in de kerk waren voorbereid. Later deden kinderen hun eerste communie op de leeftijd van 7 of 8 jaar.

De foto is gemaakt door W.C. Dulfer, Aert v. Nesstraat 77 te Rotterdam.






zaterdag 6 december 2014

Het Sinterklaasgedicht

Aan de scheurwoede van mijn moeder, Mies Bos, is een Sinterklaasgedicht uit 1931 van Jaap van Marwijk ontsnapt.
De vraag is echter, welke speld heeft zij van Jaap gekregen?
Ik kan uit de achtergelaten sieraden geen keuze maken.

Alle broches verzameld van 'kunst tot kitsch'
















Evenals in andere jaren, kwam nu ook de goede Sint
Uit het groote verre Spanje, om te komen tot elk kind
Wat in Nederland haar best doet en altijd vol ijver werkt.
En je weet, wanneer je braaf bent, zijn z’n gaven onbeperkt.

Tijdens ’t reizen en het trekken door het gansche Nederland
Vergat de groote heilige bisschop ook niet de Veursche kant.
En de zwarte Piet, dien rakker, luisterde daar dagenlang
Huis aan huis, aan iedere schoorsteen, geen die aan z’n oor ontkwam.

“Miesje Bos” zo zeide Pieter “is een heele brave meid.”
“Altijd aardig, altijd netjes, altijd vol met degelijkheid.”
Toen de Sint dat had vernomen, kreeg hij weer z’n geefsche gril,
En zei: “Pieter, geef dat meisje, ál wat ze van me hebben wil!””

Terwijl de oude grijze Bisschop deze simpele woorden sprak,
Keek hij schuin naar zijnen Pieter, die toen starend voor zich zag
En die leuke zwarte kerel, die de Sint jarenlang
Trouw in zijne werken bijstaat, trok een bakkes – ò – zoo lang.

Eindelijk sprak hij “Hoor, eens even, luister even lieve baas
“Gaarne zou ik zulks geven, maar – helaas – helaas – helaas.
In deez’ tijd vol met malaise, vol ellend’ en narigheid,
“Kan dat heusch de brui niet trekken, wat mij werkelijk wel wat spijt.”

“Onze beurs is bijna ledig, heel de bodem is te zien,
“Dat we eerstdaags bankroet slanen, is helaas reeds te voorzien.”
En de Sint sloeg aan het peinzen en hij dacht “Wat is dat naar.”
En zijn lange stramme vingeren krabden door zijn grijze haar.

Starend zag hij voor zich henen in de stille eenzaamheid,
Kon toch niemand, niemand helpen in dier’ akelig tijd???
Credit zag hij alle lasten, debet stond niet ééne baat,
En de goede oude bisschop, kreeg het werkelijk wat te kwaad.

Maar de Sint wou toch wat geven aan dat braaf oppassend kind,
Want die ijverig zijn en werken, vergat hij nooit, de goede Sint …
Eindelijk haalde hij – na veel zoeken – uit dien heelen grooten zak,
Een zilver vulpotlood te vooschijn en … een heele groote plak ..
               
voor ’n ander, voor ’n ander, heel stout kind, zeg weet jij

Maar de kleine zwarte Pieter, die ons, vrouwtje had bespied
Wist één ding van braaf “Miesje, wat hij niet den Sint verriet.
Mieske was wel altijd degelijk, en heel netjes aangezet,
Maar dat ze lage halsjes dragen kon, dát ging boven zijnen pet


Na een oogenblik van denken, kwam hij tot een kloek besluit
En sprak: “Mies, hier is een speldje, schei nu met die halsjes uit,
“Want ander kan in volgende jaren, heusch de goede brave Sint,
Je niet meer bij diegene rekenen, die hij noemt “z’n bèste kind.