1939: Van wie is die
auto? Niet van mijn vader; die heeft nooit een rijbewijs gehad. Zijn broer Jan
reed altijd in grote Amerikaanse sleeën.
Waarschijnlijk gaat het om een Ford Tudor Sedan uit 1936. Tudor heeft overigens niets met Engelse adel te maken, maar staat voor 'two door'.
Waarschijnlijk heeft Jan deze foto gemaakt. Van links naar rechts: zijn verloofde Sjaan Gordijn, zijn zus Pleun, zijn broer Arnold (mijn vader) en zijn aanstaande schoonzus, Mies Bos (mijn moeder).
Waarschijnlijk gaat het om een Ford Tudor Sedan uit 1936. Tudor heeft overigens niets met Engelse adel te maken, maar staat voor 'two door'.
Waarschijnlijk heeft Jan deze foto gemaakt. Van links naar rechts: zijn verloofde Sjaan Gordijn, zijn zus Pleun, zijn broer Arnold (mijn vader) en zijn aanstaande schoonzus, Mies Bos (mijn moeder).
In 1928 valt de tuinderij Het Paradijs met bijbehorende
woning aan de Prinses Mariannelaan 80a ten prooi aan de volkshuisvesting. De
nog thuis wonende kinderen verhuizen naar de Essesteijnstraat 181, waar
Arnoldus Johannes (Arnold, mijn vader) hoofd van het huishouden wordt. Zijn
zussen Apolonia Johanna (Pleun) en Johanna Adriana (Anna) en zijn broer
Johannes Jacobus (Jan) gaan met hem mee. Pleun vertrekt in 1929 naar Stompwijk
om met Geert Koot te trouwen. Jan vertrekt in 1935 naar Voorschoten en trouwt
in 1939 met Sjaan Gordijn. Ze gaan wonen aan de Veursestraatweg 224, waar ons
gezin later gaat wonen.
Mijn moeder, Johanna Maria (Mies) Bos komt er in 1939 bij.
Terwijl wij op de Veursestraatweg wonen, wordt het huis in
de Essesteijnstraat verhuurd. Als mijn vader in 1970 overlijdt, willen de
leveranciers aan mijn broer, die mijn vader is opgevolgd in de tuin, niet
leveren. Ze zijn bang dat er geen geld is.
’s Winters leefden we altijd van wat de tuinderij in de zomer had opgeleverd. De in de winter gekochte zaden en planten hoefde mijn vader dan ook pas te betalen als hij begon te oogsten. Maar nu was het ineens boter bij de vis. Noodgedwongen verkoopt mijn moeder het huis voor een belachelijk lage prijs aan de huurder.
’s Winters leefden we altijd van wat de tuinderij in de zomer had opgeleverd. De in de winter gekochte zaden en planten hoefde mijn vader dan ook pas te betalen als hij begon te oogsten. Maar nu was het ineens boter bij de vis. Noodgedwongen verkoopt mijn moeder het huis voor een belachelijk lage prijs aan de huurder.
.jpg)

%2B(3).jpg)
%2B(4).jpg)
%2B(5).jpg)
%2B(6).jpg)
%2B(7).jpg)
